Het verraad is nooit opgelost
Iemand heeft de Duitse politie gebeld met de mededeling dat er op de Prinsengracht 263 joden verborgen zaten. Wie dat gedaan heeft, is nooit bekend geworden. Deze vraag houdt nog altijd vele mensen bezig. Er waren vermoedens en er kwam in 1948 een eerste onderzoek. Veertien jaar later werd nog eens geprobeerd de toedracht uit te zoeken. Beide onderzoeken leverden geen resultaat op. De verrader werd niet gevonden.
Vermoedens
Er moeten tamelijk veel mensen geweten hebben dat er op de Prinsengracht Joden verborgen waren. Leveranciers bijvoorbeeld. Want voor het dagelijks onderhoud van de onderduikers moest er veel worden ingekocht: groenten, brood, vlees, enz. Ook zullen er ongetwijfeld buren zijn geweest die iets hebben vermoed. Het is immers vrijwel onmogelijk om twee jaar lang met acht mensen ongemerkt in een huis te leven.Meer
Het eerste onderzoek
De vraag wie de verrader was geweest hield Kleiman en de andere helpers na de oorlog steeds meer bezig. Direct na de oorlog schrijft Kleiman een brief naar de Politieke Opsporings Dienst (POD). De POD had tot taak om mensen op te sporen die hadden samengewerkt met de Duitse bezetter.Meer
Nieuw onderzoek
De aanleiding voor het nieuwe onderzoek was de opsporing van Karl Silberbauer, de SS-onderofficier die de leiding had gehad bij de arrestatie. Het onderzoek in 1963 was veel grondiger dan in 1948. Het spitste zich weer toe op Willem van Maaren.Meer
Andere verdachten
In 1998 gaf Melissa Müller in haar biografie over Anne Frank aan dat Lena Hartog-van Bladeren het verraad wel eens gepleegd zou kunnen hebben. Twee jaar later kwam Carol Ann Lee in haar biografie over Otto Frank met een nieuwe theorie. Volgens haar was Tonny Ahlers, een kennis van Otto Frank, de schuldige.Meer
NIOD-onderzoek
In 2003 doet het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) onderzoek naar beide nieuwe theorieën: Lena Hartog-van Bladeren en Tonny Ahlers. Beide theorieën worden gewogen en te licht bevonden.Meer